Donderdag 8 augustus, Waterville, Co. Kerry

Puck'sTower, Killorglin, Co. Kerry

Een aantal bijdragen uit mijn reisdagboek van 2002.  

Waterville ligt halverwege de Ring of Kerry, het koningsnummer van Zuidwest-Ierland. Aan de monding van Dingle Bay, daar waar de schierleilanden Dingle en Iveragh elkaar tot op een paar kilometer naderen heet het Inch. In het hoogveen wordt turf gestoken. Her en der stapelen zich binten turf op langs de weg. In het mini-openluchtmuseum Kerry Bog Village (bog=veen) kun je zien hoe men ten tijde van de turfsteking leefde, in de 18e eeuw welteverstaan. Nu nog wordt er een energiecentrale met turf gestookt. Turf is goedkpope brandstof. De huizen in dit dorpje worden met de dekplaggen van het veen geisoleerd tegen de kou.

Waterville ligt aan de andere kant van de landtong die door een nauw kanaal gescheiden is van Valentia Island. Hier op dit eiland werd de eerste verbinding met Amerika tot stand gebracht, een telegraafverbinding die liep van Valentia naar Newfoundland. Vandaag vertrokken we uit Kenmare naar Killarney en vandaar naar Killorglin.

In Killorglin bevindt zich de Leen’s Bar. In Leen’s Bar staat een jongeman van rond de dertig wat verveeld achter de bar. Aan de dichtstbijzijnde barkruk zit een mannetje dat zich nog het best laat omschrijven als een meubelstuk – zit er vaak en zit altijd daar. Het hoeveelste glas Guinness hij consumeert weet ik niet. Jim – zo blijkt hij te heten – ontbeert een gebit en dit is waarschijnlijk de reden van zijn onduidelijke praten. Zijn Ierse accent maakt het er niet duidelijker op. Aan de linkerhand een man van middelbare leeftijd, laten we hem Paddy noemen. Paddy’d dochter heeft zich zojuist voor de duur van vier weken opgesloten in een Nissan Micra, voor een soort Big Brother programma. Paddy hoopt dat ze uiteindelijk wint, daarvoor dienen eerst een ander meisje en twee jongens te worden weggestuurd. Zelfs Amerikanen en Duitsers zouden zich interesseren voor het geheel. Wij wensen alle goeds voor Paddy. In het All-Ireland Championship Gaelic football staat Kerry inmiddels in de halve finale tegen artsrivaal Cork. Carrai en Corcaigh hebben gelijkgespeeld dus volgt een replay. We hebben de kwartfinales gezien, zeggen wij, in Macroom. Jahaa, zegt Paddy, dat is de county Cork, dat zijn onze rivalen. Spreekt hier iemand Gaelic, vraag ik. Sonny [de jongeman] knikt, en vraagt aan Jim in het keltisch of hij keltisch kent. Jim stamelt wat met zijn mummelmondje, waaruit Sonny en wij dus concluderen dat Jim deze oude taal niet machtig is. Paddy spreekt ook geen Gaelic. Kom, het is weer eens tijd om de Leen’s Bar te verlaten. Maar niet zonder te vernemen dat tijdens de aanstaande Puck Fair(10-11-12 augustus) de bok op het staketsel op het voorplein in Killorglin zal worden geplaatst. Er zal goed voor hem gezorgd worden, zegt Paddy. Heel Killorglin leeft nu al toe naar de Puck Fair, een soort boerenkermis inclusief paardenmarkt. Er gaat Guinness vloeien, zekeren vast. Wij wensen Sonny, Jim en Paddy een prettige Fair.

Het gaat er wat ruiger aan toe in de Ring of Kerry. Overweldigend zijn de groene kleden over de halfkale hellingen en de vergezichten over zee. De wegen hier zijn vrij slecht en een regelrechte aanslag op onze schokbrekers, vooral de linkse die al bijna geheel ter ziele is. Doordat men hier links placht te rijden is dat regelmatig te merken. Onze Fiat Punto rammelt er wat mee af. Caherciveen is een soort regionaal centrum, en zodra je dat te horen krijgt wet je dat er niet veel bijzonders te zien is. Valentia Island kijkt op de landzijde uit op Portmagee, waarmee het middels een brug verbonden is. Aan de westkant lijkt men over de zee naar de Skelligs, Little Skellig en Skellig Michael. We lopen de kaap op waar het allengs harder gaat waaien. In de verte liggen de Skelligs als spookgestalten in de nikkelen zee. Het schijnt dat er ooit kluizenaars op deze eilanden leefden en dat monniken er een heuse abdij hadden staan. Thans is Skellig het domein van zeevogels. Er staat een klein kermisje aan de boulevard van Waterville. In de pub drinken we een biertje tussen de brallende golfknakkers. Nee, antwoordden wij eerder Mrs. Brown [de hospita], wij komen hier niet om te golfen. We wensen Frederik-Willem ook veel plezier.