Vrijdag 9 augustus, Tralee, Co. Kerry

Sneem

Een aantal bijdragen uit mijn reisdagboek van 2002.

Deel twee van de Ring of Kerry brengt ons naar Tralee. Het bordje zelf zegt; ‘An Gaeltacht’. Er wordt hier Gaelic gesproken. Normaal zijn alle bordjes in het Gaelic en Engels, nu is het Engels wat moeilijker te vinden. De eerste de beste baai geeft ons wederom een vergezicht op de Skelligs, zelfs iets duidelijker. Het is een heel stuk opgeklaard, af en toe breekt de zon door en later deze dag zou het compleet zonnig worden.

Sneem ligt aan een klaterende rivier die in een waterval naar benden komt. Het is ook heel bekend om zijn kleurtjes. Ieder huis, iedere winkel, iedere pub heeft hier een kleurtje. Veel voorkomend zijn de kleuren pastelgeel en zuurtjesroze. Bij de rivier heeft een kunstenaar een aantal piramides van natuursteen opgetrokken. Gecombineerd met het ierse landschap geeft dit een aardig effect. Na Sneem gaan we de binnenlanden van Iveragh in, de zogenaamde highlands of Kerry, ook wel Glencar genaamd. Door nauwe en hobbelige weggetjes waar twee auto’s elkaar nauwelijks kunnen passeren gaan we de Ballaghbeama Pass over. Het uitzicht is grandioos, precies zo als je wel eens een foto van Ierland ziet. En ook lijkt het hier veel op de plaatjes van de schotse hooglanden. Er is meer rots, de bergen zijn wat rafeliger, het lieflijke van Beara is verdwenen. In de Climbers Inn in Glencar bemoeit een bargast, die zo te zien niet aan zijn eerste Guinness bezig is zich constant met het barmeisje, waardoor ik hem al meteen haat. Zijn vrouw, die naast hem zit zuipt al even vrolijk mee. Treurig is dat deze twee mensen straks ook met 80 km/uur terugscheuren. Als je een leegloper bent, hou het dan buitenshuis… We komen door een fervent visgebied zo te zien. Eindelijk zijn we weer in Killorglin, Het is nog 1 dag tot de Puck Fair. Er is een behoorlijke kermis opgesteld. In een straat staan de caravans van de kermisgasten compleet met die van de waarzegster. En misschien ook het hoertje, al zal zij geen reclamebord nodig hebben. Lees Side is een knus hotel waar een vlotte eigenaar ons ingeleide doet. Vanhier eten we wat in de stad. Tralee is een voor Ierse begrippen vrij grote plaats. Het ligt aan de voet van het schiereiland Dingle, waar we niet heen zullen gaan. In een pub worden twee jongens de deur gewezen, omdat ze nog te jong zijn. ‘Kom maar eens terug als je ouder bent’ , bast de stoppelkop achter de bar.